Wetenschapshoernalisten

Ik ken verschillende onderzoekers die relevante zaken te melden hebben, maar er niet over piekeren een populairwetenschappelijk boek te schrijven. Ze zouden wel gek zijn, want zo’n boek telt niet echt mee op een publicatielijst. In de wetenschappelijke pikorde heb je ook al niets aan het opzetten van een website [...] Een tweede factor is het bestaan van betaalsites [...] Waar het me om gaat is dat wetenschap op Web 2.0 meer dan ooit een dialoog is, met als voornaamste plaats van debat de Wikipedia. In die dialoog kunnen, zolang veel wetenschappelijke publicaties en artikelen door goede wetenschapsjournalisten alleen bereikbaar zijn op betaalsites, activisten wél verwijzen naar hun informatie en zo een schijn wekken van controleerbaarheid en betrouwbaarheid, terwijl bona fide wetenschappers dat niet kunnen.

Jona Lendering slaat spijkers met koppen op Frontaal Naakt.

Uw Crypto is dan ook een schlemiel met z’n margeblogje. Hij zou z’n tijd beter wetenschappelijk kunnen besteden met het publiceren van het zoveelste nietszeggende onderzoek. Bovendien vertegenwoordigt een blog, zeker onder eigen naam, een afbreukrisico.

Lendering slaat de spijker op z’n kop met zijn verhaal over de betaalsites. Daar loopt uw Crypto ook vaak tegen aan. Heel veel medische informatie zit achter zo’n slotje. You name it: the Lancet, New England Journal of Medicine, Jama en het Nederlands tijdschrift voor de Geneeskunde. Universiteiten en instellingen hebben vaak peperdure abonnementen die voor de gewone burger niet zijn weggelegd. Wat overblijft zijn stukjes die, als ze het al doen, een beetje lafjes naar de abstracts (samenvattingen) verwijzen.

Van wetenschapsjournalisten hoeven we het, op een enkele uitzondering na, ook al niet te hebben. Zelden gaat men dieper in op een gepubliceerd artikel, men beperkt zich tot een voorgekauwd persberichtje van het ANP of op de site van de universiteit die het onderzoek heeft gedaan. Aan duiding doet men al helemaal niet. Waarschijnlijk omdat men, als de gehele publicatie dan al beschikbaar is, daar gewoon niet voor is gekwalificeerd.

Wat er voor de rest overblijft zijn de alt-med media. Sites als WanttoKnow, Argusoog, Leefbewust, verontruste moeders en dergelijke die helemaal geen behoefte hebben aan duiding en nuance. Geschreven door gedreven edoch fantastische fanaten. Dat is helemaal niet erg. Mensen met meer dan een hersencel weten dat deze sites ‘cum grano salis’ genomen moeten worden.

Lendering brengt nog een interessant punt naar voren.

dat het niet valt uit te leggen dat burgers eerst belasting moeten betalen om onderzoek te laten uitvoeren, en ze vervolgens, als ze de resultaten willen kennen, nóg eens mogen betalen.

Uw Crypto is, zoals u weet, voor openheid en transparantie. Toch gaat Lendering hier een beetje kort door de bocht, vooral als het om medisch wetenschappelijk werk gaat. Een deel van dat probleem is dat niet alle studies die gepubliceerd worden op dit gebied (uitsluitend) betaald worden door de overheid. Daarnaast is het publiceren in gezaghebbende tijdschriften de regel. Deze tijdschriften moeten ook hun broek ophouden en ‘verkopen’ deze informatie. Veel instellingen hebben ook initiatieven ondernomen om meer medisch wetenschappelijk werk in zijn geheel (dus fulltext) openbaar te maken. Auteurs van een te plaatsen stuk in een medisch tijdschrift kunnen bedingen dit ook publiek te maken. Dit gebeurt m.i. nog te weinig, zeker als het gaat om volledig door de overheid gefinancierde onderzoeken. De ‘bladen’ zien dit ook liever niet en draaien daarom de duimschroeven voor wat dit betreft nogal eens stevig aan. In dit kader zouden we kunnen denken aan een op te richten site onder de naam Medileaks.

Het artikel van Lendering sprak mij aan. Wat dragen wij bij in de medische discussie op the netz als wetenschappers? Bar weinig. We hebben gezien dat we het niet moeten hebben van knippende en plakkende ‘wetenschapsjournalisten’ en (Nederlandstalige) blogs van artsen en aanverwanten zijn erg schaars. Veel artsen schrijven, als ze al op the netz publiceren, ook voornamelijk voor vakbroeders.

Het world wide web is als we praten over medische zaken vooralsnog vooral een aangelegenheid voor leken.

About these ads

3 Responses to Wetenschapshoernalisten

  1. Jan Willem Nienhuys zegt:

    Als vertaler van (tot nu toe) circa twee dozijn populairwetenschappelijke boeken en dergelijke moet me van het hart dat ik de indruk heb dat veel van die boeken nogal wat fouten bevatten, en dan heb ik het niet alleen over tikfouten zoals “Bovendien vertegenwoordigd een blog” maar over grote en kleine blunders. Als vertaler ben je wel gedwongen om de tekst zin voor zin te bekijken en je dus zin voor zin af te vragen: zou dat wel waar zijn? wat zegt Wikipedia hierover? kan ik dat zelf ook narekenen? is die Engelse vertaling uit het Frans/Duits/Latijn wel correct enzovoorts enzovoorts. Vaak levert zo’n schrijver dan een manuscript in bij een uitgever, die er eigenlijk een redacteur aan zou moeten zetten, en dat vaak ook doet, maar die let veelal niet op de inhoudelijke kant. (Of misschien ook wel, en dan zie ik alleen wat de redacteur heeft laten zitten.) Ik kan niet anders dan concluderen dat zulke boekies met niet al te veel zorg in elkaar zijn gezet.

    Het is dus misschien wel terecht dat populairwetenschappelijk werk niet hoog wordt aangeslagen.

  2. wilmamazone zegt:

    Ik had het er in onze nieuwsbox al over. ( Die is wat traag op het moment, maar met ff geduld……….juist ja!)

    Onthutsend oppervlakkige berichtgeving tegenwoordig eerder regel dan uitzondering of wat?!

    NRC kan daar overigens zelf óók wat van!
    Vandaar dit artikel met disclaimer voor alle zekerheid:

    http://www.nrc.nl/wetenschap/article2647937.ece

    Wetenschap mijdt grote vragen rond arseenbacterie

    Een onderzoek werd een hype. Er volgde zware kritiek. En toen werd het heel stil.

    Het zou gaan om „een astrobiologische vondst”, die „grote invloed zou hebben op de zoektocht naar buitenaards leven”. De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA gebruikte vorige week grote woorden om belangstelling te wekken voor een nieuwe vondst. Maar een week later, lijkt er weinig meer van over.

    „De definitie van wat wij onder leven verstaan, is zojuist uitgebreid”, zei Ed Weiler, wetenschappelijk directeur bij het hoofdkwartier van de NASA in Washington vorige week donderdag nog. „Bij het zoeken naar tekenen van leven in het zonnestelsel, moeten we breder, diverser gaan denken en zoeken naar leven zoals we dat niet kennen.”

    quote:

    In het weekend barstte er een storm van wetenschappelijk-inhoudelijke kritiek los op de methode en conclusies van het artikel. In deze krant kraakten Nederlandse microbiologen het onderzoek. Volgens hen was het slordig uitgevoerd en bevatte het bovendien niet de juiste experimenten. De Amerikanen zouden niet onomstotelijk hebben aangetoond dat de bacterie daadwerkelijk arseen gebruikt in zijn DNA. Ook in de VS regende het verontwaardigde reacties. Rosie Redfield, microbioloog aan de Universiteit van de University of British Columbia, concludeerde na lezing van het onderzoeksverslag zelfs: „Dit artikel had nooit gepubliceerd moeten worden.”

    Ondertussen hullen de auteurs van het gewraakte artikel zich in stilzwijgen. Sinds de persconferentie van NASA vorige week donderdagavond reageren ze niet meer op vragen van de pers.

    quote:

    Wolfe-Simon schrijft dat Science het artikel de komende twee weken vrij toegankelijk wil maken, om er zeker van te zijn dat alle onderzoekers volledige toegang hebben tot hun bevindingen. „We nodigen anderen uit reacties ter beoordeling naar Science te sturen zodat we officieel kunnen reageren. Ondertussen werken we aan een lijst met veelgestelde vragen, die we zo snel mogelijk op onze internetpagina zullen publiceren, om ons werk in het algemeen te verhelderen.”

    Hebben onderzoekers die met zoveel lawaai resultaten presenteren die het wereldnieuws beheersen, niet een morele verplichting om te antwoorden op vragen die hun onderzoek in twijfel trekken?

    eindquotes:

    Hoogleraar Ton van Raan van de Universiteit Leiden die onderzoek doet naar hoe wetenschappers publiceren, vindt het „grote onzin” dat de Amerikanen alleen willen reageren op reacties die naar Science worden gestuurd. „De wetenschappelijke discussie zou in ieder openbaar toegankelijk tijdschrift gevoerd moeten worden. Ik kan mij voorstellen dat Science de discussie graag binnenboord wil houden, maar daar moeten de onderzoekers zich niet van aantrekken.”

    Niet reageren op kritiek is iets wat in de wetenschap niet kan, zegt Van Raan. Van Raan vindt dat de Amerikanen voorzichtiger hadden moeten zijn. „Het artikel zet het hele denken over het DNA als uniforme structuur op zijn kop. Als je zoiets ingrijpends wilt brengen, dan moet je erg zeker van je zaak zijn. Dan moeten er in ieder geval experts uit de moleculaire biologie naar hebben gekeken.”

    Volgens Van Raan zijn hypes in de wetenschap niet te voorkomen, zelfs niet als collega-onderzoekers het artikel bekritiseren voor het gepubliceerd wordt. „Hypes zijn er met regelmaat, daar moet je rekening mee houden”, zegt Van Raan. „Denk maar aan koude kernfusie, het medicijn tegen Aids van de Nederlandse professor Buck of de Marsmeteoriet waarin onderzoekers van NASA 14 jaar geleden dachten sporen van leven te hebben gevonden.”

    (dikgedrukt door mij)

  3. Pingback: Wetenschapshoernalisten « Danterossetti

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 85 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: