Bugs in medicine: op de grote berg schijten?
januari 27, 2011 60 reacties
Wist u dat meneer Salk, de ontdekker van het vaccin tegen polio, vond dat het vaccin zo belangrijk was dat hij er geen patent op heeft aangevraagd? Een geschenk aan de mensheid. Over integriteit gesproken. Sinds het uitkomen van Salk’s vaccin heeft de malle molen van de wetenschap natuurlijk niet stil gestaan. Wat heet….
Bij de les blijven
Hedentendage worden we bestookt met ‘evidence’. De stroom aan wetenschappelijke publicaties in wetenschappelijke tijdschriften over klinisch onderzoek is enorm toegenomen. Enige tijd geleden verscheen er in PLoS Medicine een alleraardigste publicatie waarin de huidige stand van zaken wordt aangegeven. (Bastian et al. 2010) De auteurs komen tot de conclusie dat we tegenwoordig te maken hebben met publicatie van 75 RCT’s en 11 systematische reviews. Per dag. De grafiek hiernaast geeft de groei van het aantal gepubliceerde trials weer (m.u.v. de systematische reviews). Het begrip ‘explosie’ komt in me op.
De mensen van het interessante weblog Retraction Watch spreken over een dikke 850.000 publicaties totaal voor het jaar 2009. Chalmers et al hebben het over een miljoen (Chalmers et al. 2009). Om alles bij te houden moeten zorgverleners bij wijze van spreken hun baan opzeggen.
En dan is er natuurlijk nog de kwestie van de kwaliteit van het geschreve. Het is allerminst mijn bedoeling om een uitputtend relaas over wat nu slecht of goed onderzoek inhoudt. Ik zou daar ook niet de aangewezen persoon voor zijn. Maar enkele voor de hand liggende zaken zijn natuurlijk wel te noemen. Men denke in de eerste plaats aan terugtrekking van gepubliceerde artikelen. Zelfs in geval van strenge peer review kan er iets tussen de mazen doorglippen. Behalve dan bij the Journal of Universal Retraction, maar dat terzijde. Terugtrekking hoeft overigens niet direct op frauduleuze praktijken te duiden. Menselijke fouten maken behoort ook tot de redenen. Als je die vervolgens zo snel mogelijk herstelt, laat je zien hoe wetenschap hoort te werken. Helaas wil het nog wel eens even duren voordat een artikel officieel ingetrokken wordt. Men denke aan de grove schande van de Wakefield-saga. Enigszins vermakelijk kunnen terugtrekkingen wel zijn. Een recentelijk voorbeeld betreft een artikel over de vermeende genezing door ’Our Lord Jesus Christ’, van een mogelijk geval van influenza. Zo’n 2000 jaar geleden.
Verder schort er qua vermelding van data het nodige aan veel publicaties, is de (interpretatie van) statistiek niet altijd even gezond en valt er op het peer review systeem aan te merken dat we niet veel beters hebben, maar dat is voer voor andere edities in deze serie. Eén voordeel heeft die enorme hoeveelheid publicaties natuurlijk wel: ondertussen zal het grootste deel van de gezondheidszorg wel evidence based zijn. Toch?
Evidence based practice
We weten dat kindervaccinatie tegen polio en mazelen gunstige effecten hebben op de gezondheid van de maatschappij. Maar als we bijvoorbeeld naar de ouderenzorg kijken, weten we dat in veel onderzoeken deze groep bij voorbaat wordt uitgesloten. Evidence based-gewijs blijft het dan natuurlijk aanmodderen. Aan de andere kant: wie zal orale morfine tegen pijn bij kanker afraden? (afgezien van een enkele bioresonantietherapeut) Als u goede redenen denkt te hebben, neem dan even contact op met de richtlijnbakker van oncoline. Veel keihard bewijs uit klinisch onderzoek ter onderbouwing van het gebruik is er echter niet. (Wiffen et al, 2007) En zo zijn er meer lacunes. Er is bijvoorbeeld vrij veel onderzoek gedaan naar zorg in de terminale fase bij kankerpatiënten, maar over het hoe en wat bij niet-maligne aandoeningen is er veel minder bekend, al is er toenemende aandacht voor. (Coventry, 2005; Murray et al, 2008)

Percentages van behandelingen en hun waarschijnlijkheid van werkzaamheid op basis van klinisch bewijs. Afb: BMJ. Klik voor groter.
Honderdduizenden publicaties per jaar ten spijt blijkt uit berekeningen van BMJ dat ongeveer 40% van de behandelingen uit het medische circuit op z’n minst waarschijnlijk heilzaam zijn, waarbij er in 7% van deze gevallen een duidelijke afweging dient te worden gemaakt op basis van mogelijke bijwerking. Voor een ‘whopping’ 51% van de behandelingen is geen goede klinische bewijsvoering voorhanden. (even ter herinnering: er worden grofweg een miljoen artikelen per jaar gepubliceerd)
Moeten we daarom het principe van Evidence Based Medicine maar afschaffen? Om mijn bescheiden mening te geven: Hell No. Hoewel er duidelijke aanwijzingen zijn om niet per definitie te veronderstellen dat gepubliceerde zorgstandaarden in de praktijk gebruikt worden (McGlynn et al. 2003), moeten we het kind niet met het badwater weggooien. Deze verpleegkundige helden maken even duidelijk hoe dat – letterlijk – voor verbeterde zorg op een intensive care voor neonaatjes in elkaar steekt:
Kind en badwater. Badwater exit, kindje bewaard. Een ander voorbeeld: Hutchings et al (2007) leverden bewijs dat het – pillen en messen niet nodig – goed mogelijk is om anti-sociaal gedrag bij kinderen uit ‘Vogelaarwijken’ te voorkomen met een goed opgezet trainingsprogramma. En zo kunnen we natuurlijk wel even doorgaan. De wetenschappelijke methode heeft - mits goed gebruikt - z’n nut als kaf-en-koren-scheider ruimschoots bewezen. Het publiceren van al die interessante onderzoeken is daarbij een voorwaarde. Zoals het gezegde gaat: ‘A discovery does not exist until it is safely reviewed and in print’. De enorme hoeveelheid publicaties is ironisch genoeg wel een obstakel geworden. Wanneer het publiceren ervan niet integer gebeurt, is er sprake van schijten op een hele grote berg. En vraag maar aan meneer Salk hoe funest poep voor uw gezondheid kan zijn: daar komen bugs op af.
Dit was deeltje twee uit een mini-serie over ‘Bugs in medicine’. Deel 1 vindt u hier; daarin werd een korte anecdote besproken over het belang van integriteit in de wetenschap teneinde ‘cargo cult science’ te voorkomen.
Literatuur
Bastian, H., Glasziou, P., & Chalmers, I. (2010). Seventy-Five Trials and Eleven Systematic Reviews a Day: How Will We Ever Keep Up? PLoS Med, 7 (9), e1000326+. [DOI]
Chalmers, I., & Glasziou, P. (2009). Avoidable waste in the production and reporting of research evidence. Lancet, 374 (9683), 86-89. [DOI] [PDF]
Coventry, P. A., Grande, G. E., Richards, D. A., & Todd, C. J. (2005). Prediction of appropriate timing of palliative care for older adults with non-malignant life-threatening disease: a systematic review. Age and Ageing , 34 (3), 218-227. [DOI]
Hutchings, J., Bywater, T., Daley, D., Gardner, F., Whitaker, C., Jones, K., Eames, C. & Edwards, R.T. (2007). Parenting intervention in Sure Start services for children at risk of developing conduct disorder: pragmatic randomised controlled trial. BMJ , 334 (7595), 678+. [DOI]
McGlynn, E.A., Asch, S.M., Adams, J., Keesey, J., Hicks, J., DeCristofaro, A., & Kerr, E.A. (2003). The quality of health care delivered to adults in the United States. The New England journal of medicine, 348 (26), 2635-2645. [DOI]
Murray, S.A., & Sheikh, A. (2008). Care for all at the end of life. BMJ , 336 (7650), 958-959. [DOI]
Wiffen, P.J., & McQuay, H.J. (2007). Oral morphine for cancer pain. Cochrane database of systematic reviews (Online), (4). [DOI]


De de vraag die in mij opkomt: Heeft deze explosie aan informatie geresulteerd in een explosie aan gezondheidswinst; i.e. hogere survival, quality of life etc etc…
Dat moet nog uitgezocht worden Mike!
http://www.sciencebasedmedicine.org/?p=10300
Rambling Musings on Using the Medical Literature
Published by Mark Crislip
For those who are new to the blog, I am nobody from nowhere. I am a clinician, taking care of patients with infectious diseases at several hospitals in the Portland area. I am not part of an academic center (although we are affiliated with OHSU and have a medicine residency program). I have not done any research since I was a fellow, 20 years ago. I was an excellent example of the Peter Principal; there was no bench experiment that I could not screw up.
My principal weapon in patient care is the medical literature, accessed throughout the day thanks to Google and Pubmed. The medical literature is enormous. There are more than 21,000,000 articles referenced on Pubmed, over a million if the search term ‘infection’ is used, with 45,000 last year.
I probably read as much of the ID literature as any specialist. Preparing for my Puscast podcast I skim several hundred titles every two weeks, usually select around 80 references of interest and read most of them with varying degrees of depth. Yet I am still sipping at a fire hose of information
The old definition of a specialist is someone who……….
eindquotes:
@ Wilma, ik las het net via de Twitter van @anaximperator ja
@ Mike Nee? Betere outcomes binden aan een toename van het aantal publicaties lijkt me overigens een hachelijke zaak.
Tot kortgeleden heb ik niet beter geweten dan dat spinazie ab-so-luut niet opgewarmd mocht worden vanwege dat omzetten van nitraat in nitriet en dat deed je dan ook nooit. Dit onderzoek valt voor mij in de catagorie: ‘het zal mijn tijd wel duren’. Daarvoor heb ik in de loop van mijn leven téveel voedingsmiddelen en/of bereidingswijzen horen benoemen als gezond/toch ongezond/het valt wel mee/gezond/ toch wéér ongezond. Al die tegenstrijdige boodschappen vallen niet mee.
Dat nitraat/nitriet verhaal werd b.v. ook verteld over rauwkost/sla, eerst elke dag een supergezonde must en toen toch maar beter niet vaker dan 2x per week.
Gisteren heb ik het er op gewaagd en een stuk opgewarmde spinazietaart gegeten; het voelde vreemd/ongemakkelijk.
Blijft de vraag wat je met dit soort onderzoeken moet. Is het voortschrijdend inzicht of wachten op de onderzoeker die weer heel iets anders vindt van/over precies hetzelfde onderwerp?
Èn hoeveel mensen voelen zich toch al geroepen om op eigen houtje nitraatpillen te gaan slikken?!
http://www.trouw.nl/nieuws/nederland/article3405449.ece
Popeye had gelijk: spinazie is krachtvoer
Spinazie werkt als krachtvoer. De energievoorziening van de spieren wordt er efficiënter door en het uithoudingsvermogen neemt toe. Dat blijkt uit proeven van Zweedse onderzoekers. Popeye heeft dus gelijk als hij het ene na het andere blik spinazie naar binnen werkt om sterker te worden.
Alleen is de verantwoordelijke stof niet ijzer, zoals Popeye dacht, maar nitraat, melden de deskundigen vandaag in het vakblad Cell Metabolism. Voor hun onderzoek, deels eerder gepubliceerd, kregen proefpersonen enkele dagen een nitraatpil, het equivalent van één bord spinazie. Vervolgens moesten ze fietsen op een hometrainer. Daarbij gebruikten ze minder zuurstof dan wanneer ze een neppil zonder nitraat hadden geslikt, en hun prestaties werden beter.
„Een sporter die zich…………
Link naar onderzoek
O, dat van die sla niet vaker dan twee keer per week heb ik helemaal gemist! Maar ja, niks meer aan te doen nu.
Bijvoorbeeld:
http://www.hakgroente-instituut.nl/index.php?nav=faq
http://www.nieuwsbank.nl/inp/2005/01/31/R137.htm
Opnieuw opwarmen spinazie niet langer taboe
Het is geloof ik een wonder dat ik nog leef. Ik eet regelmatig 4 keer in de week nitraatrijke groenten, als het zo uitkomt.
Spitskoop met gehakt uit de oven;
Beetje spitskool door de nasi;
Salade – met sla dus;
Bleekselderij door de bolognesesaus;
Bietjes door de haringsalade op zaterdagavond.
*zucht*
Vandaag eten wij broccoli, godlof!
Wanhoop niet!
O dank.
Wij hebben ook regelmatig een week waarin wij alleen maar knollen eten. En vier keer salade met sla is wel vaak, dat gebeurt ons ook niet altijd.
Pfffff… gelukkig, er is nog hoop!
Bij het op de grote hoop schijten mag eens wat vaker afgevraagd worden wat men ermee opschiet in de praktijk van alle dag en zich bewust worden van verantwoordelijkheden.
Ook journalisten – de medische analfabeten in die beroepsgroep- maken regelmatig een ronkend verhaaltje van deze of gene studie die niet of maar ten dele blijkt te kloppen. Dubieuze berichtgeving over een toch al bedenkelijke studie maakt de berg bagger al hélemaal onnodig groter.
Echte medische vooruitgang blijkt heden ten dage te vinden in simpele dingen, zó eenvoudig dat ik me afvraag waarom het zo lang heeft moeten duren. Het overzicht kwijt door al die kwantiteit?
http://www.sciencebasedmedicine.org/?p=10496
The Safety Checklist
eindquote:
(vet door mij)
http://medischcontact.artsennet.nl/Nieuwsartikel/Minder-medicatiefouten-door-checklist.htm
Minder medicatiefouten door checklist
Als artsen een checklist gebruiken, kan dat het aantal schadelijke gebeurtenissen door medicatiefouten bij ouderen met bijna de helft terugbrengen. Zeker als de ziekenhuisapotheker elke nieuw opgenomen oudere patiënt ook screent op basis van dezelfde checklist.
Dat blijkt uit de resultaten van de Wings-studie, die vandaag zijn gepresenteerd op de Geriatriedagen in Den Bosch. Wings staat voor ward oriented pharmacy on internal medicine wards in newly admitted geriatric seniors.
De checklist is een geplastificeerde kaart op………
Andere recente bijdragen in MC over checklists:
•Simpele checklist redt levens
•Check en communiceer
•IGZ: checklist snel invoeren
•Minder complicaties door checklist
Eindquote van het artikel van Bram:
Het volgende onderzoek roept bij mij o.a. de vraag op: hoe hebben ze -onderzoekers en ouder(s)- het voor elkaar gekregen?
De nodige kinderen -met name peuters/kleuters- hebben nl problemen met/maken die uitbundig over eten en dan bij voorkeur over de warme hap. En dan zouden kinderen die al gedragsproblemen hebben (ADHD) zomaar op een strikt dieet te zetten zijn, zonder strijd en/of sjoemelen en dan in een paar weken -zowat wonderbaarlijk- genezen? Ik had best graag muisje willen spelen dan bij al die gezinnen thuis, want m.i. spelen veel meer factoren een rol dan alléén dat eten en dat zie ik nergens terug.
http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2672/Wetenschap-Gezondheid/article/detail/1831260/2011/02/04/Strikt-dieet-helpt-kinderen-met-adhd.dhtml
Strikt dieet helpt kinderen met adhd
Kinderen met adhd kunnen met een strikt dieet al na een paar weken van hun gedragsproblemen afkomen. Dat blijkt uit onderzoek van het ADHD Research Centrum en het UMC St Radboud, dat zaterdag wordt gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet.
Het effect van het dieet is zo groot dat het volgens de onderzoekers bij een deel van de kinderen de behandeling met medicijnen kan vervangen.
De studie werd uitgevoerd bij honderd kinderen tussen 4 en 8 jaar van wie er vijftig vijf weken lang een hypo-allergeen dieet kregen voorgeschreven. Daaruit waren alle voedingsmiddelen geschrapt waarop kinderen zouden kunnen reageren. Als effect uitbleef, werd het dieet na twee weken strenger en mochten alleen nog rijst, kalkoen, peer, groenten en water worden genuttigd. De kinderen kregen voldoende voedingsstoffen binnen.
Na het volgen van het dieet was bij tweederde van de kinderen geen sprake meer van gedragsproblematiek. In de controlegroep verbeterde het gedrag van de kinderen niet. Een kinderarts beoordeelde wekelijks alle honderd kinderen zonder voorkennis over hun eventuele dieet.
eindquote:
De studie staat toch al in The Lancet:
http://www.thelancet.com/journals/lancet/article/PIIS0140-6736(10)62227-1/fulltext
update 12.00:
MC hierover:
http://medischcontact.artsennet.nl/Nieuwsartikel/Streng-dieet-vermindert-ADHD.htm
Streng dieet vermindert ADHD
Een streng dieet is zowel zinvol voor het diagnostisch proces als voor de behandeling van ADHD. Met deze conclusie haalden Lidy Pelsser c.s. vandaag The Lancet. Onder de Nederlandse onderzoekers bevond zich ook ADHD-expert prof. Jan Buitelaar.
In zijn commentaar noemt kinder- en jeugdpsychiater Jaswinder Ghumande de relatief kleine Nederlandse studie knap ontworpen en goed uitgevoerd. Voor de studie, die uit twee fases bestond, rekruteerden de onderzoekers 100 kinderen van 4 tot 8 jaar die gediagnosticeerd waren met ADHD, ongeacht het subtype.
In de eerste fase, die niet dubbelblind werd uitgevoerd, begon de interventiegroep aan…….
eindquote:
Nog een inkoppertje vandaag/koren op de molen van…..:
http://www.trouw.nl/nieuws/nederland/article3408889.ece
‘Griepprik verkleint kans op griep niet’
Mensen die zijn gevaccineerd tegen griep krijgen even vaak griep als niet-gevaccineerden. Dat meldt opiniepeiler Maurice De Hond op basis van onderzoek onder vijftienduizend Nederlanders, met en zonder griepprik. Uit het onderzoek zou blijken dat er nauwelijks voordeel te behalen is met de griepprik.
In tegenstelling tot wat het Rijksinstituut van Volksgezondheid en Milieu (RIVM) beweert, zorgt de prik er volgens De Hond helemaal niet voor dat de kans om griep op te lopen ‘veel kleiner’ wordt. Bij het onderzoek is rekening gehouden met het feit dat veertig procent van de ondervraagden ten onrechte beweert griep te hebben gehad.
Van de kinderen van zes maanden tot………
update 16.35:
http://www.degrotegriepmeting.nl/?thisarticle=818
‘Griepprik verkleint kans op griep niet’
Lees verder bij Trouw
In WNL Ochtendspits van 4 februari: discussie tussen Maurice De Hond en Ab Osterhaus (vanaf 08.05)
“Het is geloof ik een wonder dat ik nog leef. Ik eet regelmatig 4 keer in de week nitraatrijke groenten, als het zo uitkomt.”
Ha, hier ook. Als je alles moet geloven. Ik heb ook lang geen spinazie opgewarmd, maar snapte niet hoe je spinazie uit een blik dan moet eten, aangezien dat het al voorgekookt is.
In het voorjaar eet ik 2 keer per dag verse sla uit de tuin, en leef nog. En laatst
Ik moest denken aan iets wat ik ooit las, en heb het even teruggezocht: “What the diet of the Far North illustrates, says Harold Draper, a biochemist and expert in Eskimo nutrition, is that there are no essential foods—only essential nutrients. And humans can get those nutrients from diverse and eye-opening sources. (The Inuit Paradox; http://sun.menloschool.org/~dspence/biology/pdfs/inuit_diet.pdf)
Het gaat over hoe het mogelijk is dat de mensen in het noorden konden overleven met een dieet van voornamelijk vlees en vet, zonder planten.
Het lichaam haalt er wel uit wat het nodig heeft.
Juist.
Waarmee ik geen pleidooi wil houden voor een ongezond dieet. Maar een mens kan ook overdrijven.
Annemiek zegt:
en n.a.v. het oorspronkelijke dieet van Eskimo/Inuit:
Waar het m.i. om en over gaat is dat de Inuit in hun lichaam stopten wat dat nodig had in die bizarre weersomstandigheden en dat alles wat ze tot zich namen uit natuurlijke bron was. Ik las b.v. dat ze ook gebruik maakten van de nog niet verteerde (plantaardige) voedselresten van het wild dat gevangen werd.
Tegenwoordig wordt er -met name in de Westerse wereld- vanalles in lichamen gestopt wat die niet nodig hebben en is het voor het lichaam lastig om te vinden/er uit te halen wat het daadwerkelijk nodig heeft.
Dat leidt dan o.a. weer tot een Wereldwijde ‘tsunami van obesitas’
Al die berichten over een nitraatje e.d. meer of minder per week komen op mij dan ook behoorlijk mierenneukerig over.
Houdt het maar eens allemaal bij met inkopen doen; er is dan een soort eetboekhouding nodig van wat er elke dag op tafel kwam en komt. Supermarkten zijn grotendeels volgestouwd met vulling en voedsel bekant met een lampje te zoeken. Het is allemaal zó tegenstrijdig en elke dag komt er wel weer een adviesje bij dat maar wat graag het tegenovergestelde is van het adviesje van de vorige week.
Het nodigt uit om schuldgevoelens te hebben over werkelijk alles wat je eet en drinkt; daar heb ik tenminste regelmatig last van ondanks mijn stoere ‘het zal mijn tijd wel duren’ en ‘als ik er dood van ga, laat ik het wel op mijn graf schrijven.’
Ik voelde me dan ook aangesproken door de column van Ephimenco van vandaag:
quote:
Hèèèèèèèèèèèèèèèèèèèèèèllup!!!!!! (en dan niet alleen vanwege obesitas) :
Wat dan bijvoorbeeld weer vitamine C bevat.
Dat heb ik ook lang gehad, maar daar ben ik nu helemaal klaar mee.
Een van de weinige dingen die – voor zover ik het kan bezien – elke keer weer de kop op steken is dat een overmaat aan dierlijke vetten en transvetten niet goed is voor je bloedvaten. Daar hou ik terdege rekening mee, wat niet wil zeggen dat we dat helemaal niet eten, want ik bak zelf weleens wat en dat gaat soms gewoon niet zonder boter.
Als klein kind kreeg ik van mijn grootmoeder soms een boterham met “Schmaltz” (smalletjes): overgeschoten uitgesmolten kippenvet met de knapperige stukjes vel die daarin overblijven. Mijn grootmoeder bakte dat op met fijngesneden ui en lekkere kruiden en dat kreeg ik dan op een broodje. Ik vind het nog steeds heel erg lekker en ook man lust het graag. Een heel, heel enkele keer eten we dat dus, als een stiekeme traktatie, want kippenvel is helemaal niet gezond, het bevat veel cholesterol. Maar ik kan me niet voorstellen dat je van gemiddeld 2 keer per jaar een broodje schmaltz dood neervalt.
Die mantra van 2 keer in de week vette vis, daar krijg ik ook regelmatig de kriebels van. Ik heb niet altijd zin in vette vis. Ik ben grootgebracht met allerlei soorten vis, wij aten vette vis als haring en zalm, maar ook tonijn, kabeljauw en andere witvis, karper, forel, brasem, mul en weet ik wat allemaal. Mijn grootmoeder kon heerlijk koken en ik stond er altijd met mijn neus bovenop en maak die gerechten nog steeds. Ik heb een hele tijd gehad dat ik uit schuldgevoel alleen maar de “voorgeschreven” vette vis kocht, maar dat heb ik ook afgeschaft. Dus wij eten weleens wekenlang allemaal “dunne” vis in plaats van vette vis als dat zo uitkomt. O jee…
Ik denk dat als je veel afwisseling in je menu aanbrengt en weinig snoept, het alleen daardoor al moeilijk is om van een bepaald iets veel te veel naar binnen te krijgen.
En al die geboden en verboden maken het eten er ook niet leuker op. Er mag bijna niks meer, maar er moet van alles. Terwijl koken en samen van de maaltijd genieten zo heerlijk is.
Hou je even vast. Hebben jullie er wel eens aan gedacht hoeveel de auto hier aan bij draagt. Die zorgt er voor dat je niet genoeg lichaamsbeweging krijgt.
Rie
Ja Marie, dat is helemaal waar. Maar ik heb de pest aan autorijden dus ik deed het al niet veel en sinds ik geopereerd ben krijg ik er een zere arm van, dus nu doe ik vrijwel alles op de fiets of lopend.
Maar je hebt helemaal gelijk. Mijn dikke overbuurvrouw gaat met de auto lege flessen wegbrengen, 200 meter verderop. Haar dikke echtgenoot gaat weliswaar 2 keer per week – met de auto – naar de sportschool, maar haalt op zaterdag met diezelfde auto een krat bier en heel veel worst en volvette kaas – voor bij dat bier, als hij tv kijkt.
Mensen doen erg ingewikkeld en geven veel geld uit om af te vallen en dat zou in de meeste gevallen helemaal niet nodig zijn. Veel dingen zijn treurig maar ook grappig als je er goed over nadenkt.
As we speak is m’n vriendin naar een autootje aan het kijken. Maar laat ik het positief bekijken: ik heb wel een idee hoe de kcal-balans weer op peil gebracht kan worden…
http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/44461990/
Slimmer kind door gezond eten?
Zwak verband aangetoond tussen voedsel en IQ bij kinderen
Kinderen die gezond eten, zijn net iets slimmer dan leeftijdgenootjes op een ongezond dieet, laat Brits onderzoek zien. Maar het effect is klein. Misschien komt dat door de behoedzaamheid van de onderzoekers.
Wordt je kind slimmer als het gezonder voedsel eet? Dat lijkt heel logisch, want een goed werkend brein heeft bepaalde voedingsstoffen nu eenmaal nodig. Maar bewijs maar ‘ns dat een regime van veel chips en weinig groente echt dommere kinderen oplevert.
De ultieme manier om dat te doen, zou een proef zijn met duizenden pasgeboren kinderen. Die zet je jarenlang op verschillende diëten, terwijl ze verder precies hetzelfde moeten leven. En dan maar kijken wat dat doet met hun intelligentie. Dat kan natuurlijk niet.
Wat wel kan, is nauwkeurig navragen wat kinderen te eten en te drinken krijgen, en jaren later testen hoe intelligent ze zijn geworden. Dat hebben onderzoekers van de universiteit van Bristol (GB) gedaan, als onderdeel van een nog veel uitgebreider onderzoek onder duizenden kinderen die werden geboren in 1991 en 1992. Ze vroegen naar het eten toen die drie, vier, zeven en achtenhalf jaar oud waren, en deden intelligentiemetingen (IQ-tests) bij die laatste gelegenheid.
eindquotes:
UIt het gelinkte stuk:
Precies. Je kunt natuurlijk wel proberen om voor al die factoren te corrigeren, maar dat is onbegonnen werk. Niet alleen is IQ erfelijk (maar weet niemand precies hoeveel, omdat ‘erfelijk’ alleen maar slaat op het verband tussen de mate van variatie in de ene term – IQ kind – en de andere term – IQ ouders) maar ook van omgevingsinvloeden afhangt op een manier die niemand snapt (Flynn-effect) en bovendien hangen die factoren zoals borstvoeding / roken / drinken ook nog samen met een levensstijl die weer samenhangt met inkomen, opleiding en dus minstens indirect IQ.
Je leest wel vaker over onderzoeken waarin men geprobeerd heeft voor ‘factoren’ te corrigeren, maar dat gaat vrees ik ongeveer als volgt. Er is een effect E, een vermoede oorzaak C (cause), en vermoedelijke factoren F, G, H… . Men probeert dan getalletjes c , f, g, h te vinden zodat het model
zo goed mogelijk klopt. Zo goed mogelijk, dat betekent dat je X probeert in de een of andere zin zo klein mogelijk te maken. Als het gevonden getalletje c dan serieus van 0 afwijkt, zeg je dat C een effect heeft op E.
Als F en G ook effect op C hebben, is dat niet zo erg, als dat effect maar gewoon als een optelling kan beschreven worden. Maar zo eenvoudig zit de wereld doorgaans niet in elkaar. Ingewikkelde effecten zijn zelden ‘lineair’. Bovendien wordt dit soort modellen vaak gepostuleerd zonder enig inzicht in de causale samenhang. Het is een rekenexercitie.
Het bovengenoemde Flynn-effect ( http://en.wikipedia.org/wiki/Flynn_effect ) is het verschijnsel dat in tal van landen het IQ binnen een periode van enkele generaties enorm gestegen is. Het ligt voor de hand dat beter onderwijs, betere voeding, betere gezondheidszorg, en overvloediger aanbod van allerlei leerzaams op de tv en internet of meer ervaring met het doen van testjes, en joost mag weten wat nog meer (bv. minder inteelt doordat mensen hun partners verder weg zoeken) te verdenken, maar in feite heeft niemand een flauw idee wat de verklaring is in termen van ‘als je precies dit doet gaat het IQ zoveel omhoog). Het enige opvallende is dat vooral de lage IQ’s erop vooruit gaan.
Informatie over het Flynn- effect in het Nederlands:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Flynn-effect
http://www.intermediair.nl/artikel/competenties-en-vaardigheden/27709/de-wonderbaarlijke-stijging-van-ons-iq.html?TRANSID=588269926&m4n_aid=11079
De wonderbaarlijke stijging van ons IQ
Elke generatie neemt ons IQ toe. Zijn wij werkelijk slimmer geworden dan onze ouders en grootouders of is dit slechts schijn? En zijn mensen met meer hersenen ook intelligenter? Lees het in het IQ-dossier.
Zijn de IQ ‘s daadwerkelijk omhoog gegaan of zijn slechts de uitslagen van testen beter geworden? Dat is toch niet hetzelfde.
Hele generatie’s zijn opgegroeid met:
‘Als je voor een dubbeltje geboren bent, word je nooit een kwartje’
IQ is eigenlijk per definitie wat er uit een IQ-test (vaak een batterij van verschillende testjes) komt. De afspraak is dat 100 het gemiddelde moet zijn, en 15 de standaarddeviatie. Dus je geeft een test aan een grote min of meer toevallig uit de hele bevolking gekozen groep personen, en rankschikt die op volgorde van ‘ruwe’ testuitslag.
Stel dat je dat bij 1000 mensen doet. Dan zet je bij nr. 1 op de lijst: 146
Bij nr 10 zet je: 135
Bij nr 50 zet je: 125
Bij nr. 100 zet je: 119
Bij nr. 200 zet je: 113
Bij nr. 300 zet je: 108
Bij nr. 400 zet je: 104
Bij nr. 500 zet je: 100
enzovoorts. Netjes interpoleren voor de rest.
Helemaal onderaan staat 54
(je kunt je afvragen of het wel realistisch om te veronderstellen dat personen die zo laag horen te scoren ook in je steekproef terecht komen, volgens mij zit je dan al bij een groep die totaal niet begrijpt wat ze moeten doen met zo’n testpapier).
Je kunt nu deze scores vergelijken met hoe een andere willekeurig gekozen representatieve groep tien of twintig jaar eerder diezelfde test maakte.
Misschien is je test nieuw. Dan moet je de betrokkenen zowel de oude test als de nieuwe test laten maken, en de scores volgens de bekende normering van de oude test vergelijken met de nieuwe scores.
Er is dus geen ‘daadwerkelijke IQ’ anders dan de testuitslagen.
Bij het ontwerpen van de tests zorgt men wel dat de testuitslag goed overeensteemt met schoolsucces (en met oude tests). Een vraag waarop wel of niet goed antwoord slecht correleert met zulke criteria (of met overige soortgelijke vragen) wordt verwijderd.
Er zijn allerlei soorten testen: ruimtelijk of mechanisch inzicht, getallen, logica, verbaal, geheugen. Heel lang geleden waren er ook tests met bijv. plaatjes waarop je ‘ontbrekende delen’ (krulstaart van een varken, bijvoorbeeld) moest identificeren. Die waren nogal cultuurafhankelijk, hoewel ze best goed kunnen hebben gecorreleerd met schoolsucces. Een belangrijk aspect van die tests is dat ze in een bepaald tempo moeten worden gemaakt. Als de tests geen negatieve punten voor foute antwoorden geven, kan het zijn dat een strategie van snel at random invullen in de laatste minuut de testresultaten verbetert. Als de deelnemers door verbeterde voeding en bloedsomloop (bijv. door sportbeoefening) zenuwcellen hebben die 10% sneller werken kunnen ze ook meer vragen afkrijgen.
Ik weet niet of er test zijn die nagaan of iemand lange tijd achter elkaar geconcentreerd kan blijven werken. Dat lijkt met voor succes in de studie wel handig. Je kunt nog zo vlug van begrip zijn, als je je hoofd niet lang ergens bij kunt houden, is dat een handicap.
Doordat niemand er echt in geslaagd is te definiëren wat intelligentie inhoudt, behelpt men zich met IQ-tests, waarvan wel vaak in detail bekend hoe ze gemaakt zijn, maar wat het eigenlijk meet – dat weet men niet.
Lang geleden had je weerglazen: een soort glazen thee- of koffiepotten die van boven dicht waren. Het water in de tuit stond soms hoger en soms lager, al naar gelang de grootte van de luchtbel in de pot. Wij weten nu dat die weerglazen een combinatie van temperatuur en luchtdruk aangeven, met nog een klein effect van verdamping. Persoonlijk denk ik dat de IQ-testerij eigenlijk het stadium van de weerglazen nog niet ontgroeid is.
De IQ-test was oorspronkelijk bedoeld als instrument om achterblijvende kinderen op school zo snel mogelijk te identificeren, los van vooroordelen van de docent, zodat ze tijdig extra onderwijs konden krijgen. Deze humane doelstelling (van Binet) is grotendeels uit het oog verloren.
Het is een verschrikkelijk onderzoek. De confounders:
enz. enz.
fulltextlink
http://press.psprings.co.uk/jech/february/jech111955.pdf
Nou, dat is nogal wat. *zucht*
Even een snelle analyse:
Veel confounders, de onderzoekers geven aan dat ze er nog wel een (aantal) gemist kunnen hebben. Het aantal uitvallers was hoog te noemen, het aantal dat overbleef na herberekening (i.v.m. compleetheid gegevens) laag en er werd geen rekening gehouden met intelligentie van moeders zijde.
Bovendien hadden de innamepatronen van de kinderen tussen het derde en het zevende jaar geen invloed op intelligentie.
Hele flinke klomp zout.
Klomp? Berg!
Je kunt er dus donder op zeggen dat ze hebben zitten proberen voor welke jaren het eigenlijk ‘klopte’. Dit zijn methoden waarmee je een telefoonboek kunt laten bekennen. Ze hebben vast van al die 11 variabelen en combinaties daarvan zitten proberen of ze daar wat aan hadden.
Exactly my thoughts Jan Willem. Net zo lang schuiven met het materiaal tot er een resultaat in de conclusies gezet kon worden.
Je had het over intelligentietests. Heb je gezien dat ze een vrij zwakke intelligentietest (een verkorte Wechsler Intelligence Scale for Children; WISC-III) hebben gebruikt?
Dat onderzoek wordt alsmaar niksiger.
Het is als met bijna alle voedselonderzoeken. Je kunt er bijna geen chocola van maken.
Stel dat voedsel e.d. wel een cruciale rol zou spelen, dan komt o.a. dit probleem weer om de hoek kijken:
http://medischcontact.artsennet.nl/Nieuwsartikel/Kennis-genoom-verandert-leefstijl-niet.htm
Kennis genoom verandert leefstijl niet
Consumenten die hun genoom in kaart laten brengen, ondernemen geen actie naar aanleiding van de resultaten die dit oplevert. Zij passen hun voedings- en bewegingspatroon niet aan en gaan niet over tot vervolgtesten.
Dit schrijven Cinnamon Bloss c.s. in NEJM. In een longitudinale cohortstudie bepaalden zij de effecten van genoomscreening onder consumenten.
quote:
Noot:
Wat is een longitudinale cohortstudie in Jip en Janneke?
145.117.214.42/DCC/Downloads/cohort.pdf
de afgebakende groep patiënten is het cohort en longitudinaal wil zeggen ‘langs de tijdas’. Eigenlijk een pleonasme om te spreken van longitudinaal cohortonderzoek. Mij zijn iig geen transversale cohortonderzoeken bekend
Naar die diverse onderzoeken moet nog gezocht worden:
http://www.ad.nl/ad/nl/1003/You/article/detail/568772/2011/02/16/Kinderen-van-nu-zijn-slimmer-dan-hun-groot-ouders.dhtml
Kinderen van nu zijn slimmer dan hun (groot)ouders
Diverse onderzoeken wijzen uit dat de jeugd van tegenwoordig gezonder, slimmer en minder gewelddadig is dan de vorige generaties.
De indruk wordt veelal gewekt dat de jeugd dommer, luier, slordiger en gewelddadiger is. Maar een aantal recente studies lijken te bewijzen dat dit beeld niet klopt. Het komt er op neer dat de kleinkinderen van vandaag hun hersenen 20 procent effectiever benutten en 20 procent sneller van begrip zijn dan hun grootouders toen ze dezelfde leeftijd hadden.
quote:
Als je moet zoeken kan je interessante andere zaken tegenkomen, dat dan wel weer:
http://www.kennislink.nl/publicaties/bizar-slecht-onderzoek-naar-ras-en-iq
“Bizar slecht” onderzoek naar ras en IQ
UvA-psychologen maken korte metten met omstreden theorie van Richard Lynn
UvA-onderzoekers maken korte metten met de theorie van Richard Lynn: het IQ-verschil tussen Afrikanen en Westerlingen zit niet in de genen. Het nationale IQ van een land ten zuiden van de Sahara kun je niet zomaar vergelijken met het IQ in Nederland of de VS. Bovendien was Lynns onderzoek ver onder de maat.
http://annelissen.wordpress.com/2011/01/13/kan-je-iq-trainen/
Kan je IQ trainen?
Het centrum voor ontwikkelingsstoornissen heeft ons Ninaatje goed onderzocht. De vier onderzoeken (IQ, taal, motoriek en fysieke gezondheid) van een uurtje hebben geleid tot enkele harde conclusies.
Noot:
Kwam daar in de comments een oude bekende tegen: Treiner
Bij allerlei onderzoeken van IQ wordt gelet op de verschillen binnen de bevolking, in verband gebracht met genetische verschillen en ‘omgevingsverschillen’. Helaas zijn die omgevingsverschillen moeilijk te kwantificeren. De aanlegverschillen ook niet.
Dat zit hem erin dat bij al die onderzoeken ervan wordt uitgegaan dat de verschillende ‘ínvloeden’ gewoon kunnen worden opgeteld. Dat hoeft helemaal niet zo te zijn. Het IQ is gedefinieerd door de eis dat een batterij tests een normaal verdeelde variable met verwachtingswaarde 100 en standaardeviatie 15 moet opleveren. Hoe je moederliefde, onderwijs, speelgoed, dieet en schoolvriendjes moet optellen is volstrekt onduidelijk. Genen zijn in laatste instantie een soort van fabriekjes van enzymen, receptors, signaalstoffen en dergelijke, en hoe je die moet optellen is onduidelijk, en al helemaal dat optellen van genen bij omgeving (interactie) gaat niet volgens de regel 1+1=2.
Een extreem voorbeeld is fenylketonurie. Sommige mensen missen het gen dat fenylalanine goed afbreekt. Daardoor hopen de afbraakproducten van dat aminozuur zich op met als gevolg onder andere een ernstig gestoorde hersenontwikkeling en diepe idiotie. De remedie is eenvoudig: een dieet dat arm is aan eiwitten die het aminozuur fenylalanine bevatten. Deze afwijking wordt tegenwoordig met de ‘hielprik’ vlak na de geboorte gedetecteerd.
De frequentie van dat foute gen is verbazend hoog. Bij een op de 67 mensen is er zo’n fout gen aanwezig. Maar dat betekent dat 1 op 67×67, dus 4489 ouderparen beide drager zijn, en daarvan krijgt dan weer 1 op de vier kinderen (dus in totaal 1 op 4 x 4489 =17956) van beide ouders een kreupel gen en dan heb je een probleem.
Maar hoe moet je nu ‘invloed gen’ en ‘invloed omgeving’ bij elkaar tellen? Dat kan niet.
Niettemin hebben die onderzoeken wel opgeleverd, bijvoorbeeld door te kijken naar eeneiige tweelingen die bij verschilledne ouders zijn opgevoed, hoeveel verschil omgevingsfactoren kunnen uitmaken voor het IQ. Een extra probleem is dat bij die adoptie de adoptiefouders niet door middel van het lot worden geselecteerd uit de totale bevolking, maar vaak in het hetzelfde sociale milieu (soms zelf familie) als waar het kind vandaan komt.
Hoe dan ook, het blijkt dat ‘het juiste milieu’ een slok op een borrel kan schelen. Ouders en leraren die flink hun best doen om kinderen te stimuleren kunnen een aanzienlijk verschil maken. Persoonlijk denk ik dat de grote prestatie van Joden en oosterlingen op studiegebied veroorzaakt worden door culturele tradities die grote waarde hechten aan studeren. Miljoenen vaders en moeders die er elk voor zich alles aan gelegen is om hun kind zo goed mogelijk door de school te loodsen. (In China, zo gaan de verhalen, legde vroeger soms een heel dorp botje bij botje om een opvallend begaafde leerling te sponsoren, terwijl in Europa zo’n overduidelijke sponsoring me alleen bekend is van Gauss, en die werd door een hertog gesponsord. Zonder die hertog was Gauss misschien wel net als zijn vader metselaar geworden.)
JW zegt:
Ging die vlieger -met name in China- ook op voor meisjes?
Die hebben het tegenwoordig ook hier nog steeds niet gemakkelijk.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Carl_Friedrich_Gauss
Carl Friedrich Gauss (oorspronkelijk in het Duits met een ß, dus Gauß) (Brunswijk, 30 april 1777 – Göttingen, 23 februari 1855) was een Duits wiskundige en natuurkundige, die een zeer belangrijke bijdrage heeft geleverd aan een groot aantal deelgebieden van de wiskunde en de exacte wetenschappen. Daaronder vallen zeker de getaltheorie, statistiek, analyse, differentiaalmeetkunde, geodesie, elektrostatica, astronomie en de optica.
quote:
Vrouwen in China hadden het vroeger moeilijker. Daar was geen carrière in de ambtenarij voor weggelegd. Maar al in de Handynastie was er een vrouwelijke geleerde Ban Zhao, die met haar broer en vader een officieel geschiedenisboek schreef. http://en.wikipedia.org/wiki/Ban_Zhao . Haar andere broer was een beroemd diplomaat, militair en ontdekkingsreiziger.
In China is de ambitie van ouders voor hun dochters tegenwoordig toch niet gering. Ik herinner me nog goed hoe ik een beetje moest tolken bij een toelatingsgesprek voor een jonge vrouw uit China (kan ook Taiwan of Hongkong zijn geweest). Zij wilde aan de TU elektrotechniek gaan studeren. Ik had ervaring in Taiwan, waar zoiets heel gewoon is (mijn echtgenote is een Chinese wiskundige). Een van de oudere heren vroeg haar waarom ze zo’n vak als elektrotechniek ging studeren in plaats van bijv. tandartsassistente. Misschien was die vraag gewoon gesteld omdat dit het soort vraag is waar ze wat vaker mee te krijgen zou hebben. Maar ik ging zowat door de grond met dubbelgekromde tenen.
De allereerste Nobelprijs in de natuurkunde voor Chinezen was voor Lee en Yang, maar het belangrijke experimentele werk dat hun theoretische werk onderbouwde werd gedaan door Chien-Shiung Wu .
http://nl.wikipedia.org/wiki/Chien-Shiung_Wu
Even ter vergelijking: er zijn diverse Nederlandse Nobelprijswinnaars, maar is er ook maar één bekende vrouwelijke natuurwetenschapper? Het antwoord is heel zachtjes ja: er zijn van de 277 leden van de afdeling Natuurkunde (daar valt ook medicijnen onder) van de KNAW welgeteld 9, en drie daarvan (Sarro, Mummery, Mariani) hebben misschien geen Nederlandse wortels. Bekijk ze maar even http://www.knaw.nl/ .
Ik vind het ook tenenkrommend.
Was het niet zo dat de door jullie alom bekritiseerde von feyermorgen al aangaf dat een groot deel van de EBM niet door de beugel kon en nu het niet uit zijn mond komt zijn jullie het ineens bizonder eens met die stelling….wat feyermorgeniaans te denken geeft hoe jullie vooronderstellingen er uitzien..tevens..
@ Tevens
Misschien is het een goed idee dat je het artikel eens goed door zou lezen. We zijn hier op het blog altijd erg kritisch t.a.v. onderzoek.
Wist je trouwens dat een groot deel van de kritiek op EBM nu juist slaat op het onderzoek dat m.b.t. alternatieve geneeswijzen gebeurt? Goed onderzoek voor wat dat betreft moet men met een lampje zoeken hoewel deze publicaties wel gebruikt worden door het alternatieve circuit om, in het geval van het IOCOB, stoplichten uit te delen of algemeen geldende conclusies aan te verbinden. Het kritisch vermogen is in tegenstelling tot wat er in het reguliere circuit gebeurt ver te zoeken. Ook daar zijn al een aantal artikelen op deze site over geschreven.
Ik zou zeggen, neus eens een beetje rond hier.
Verder nog iets?
@Tevens
Feyermorgen is vooral bekritiseerd omdat ie zeg maar niet bestaat; het is een waan* van Keppel Hesselink en trawanten. Overigens is, in het weerwil van Feyermorgen’s (braak) afwijzing van EBM op de IOCOB website regelmatig te lezen hoezeer de wetenschappelijke methode aantoont dat zaken als acupunctuur dan toch echt wel werken! (de stoplichten methode kent zelfs een bekende trap van wetenschappelijk bewijskracht) Die Chinezen zaten maar wat goed met hun meridianen… *kuch*.
De kern van dit artikel is dat we juist behoefte hebben aan onderzoek en daar in grote mate van afhankelijk zijn voor het leveren van zorg. (wellicht is de laatste 2 alinea’s aan u voorbij gegaan?) De EBM/SBM wordt, in volledige tegenstelling tot ‘ Feyermorgen’ (braak) juist tot gezaghebbend verklaard, een onmisbare methode, waar we eerder te weinig van hebben dan teveel. We zullen manieren moeten vinden om de stroom aan publicaties te hanteren/in banen te leiden.
*Over de waan vermeldt het medisch zakwoordenboek: “een niet-corrigeerbare persoonlijke overtuiging die in strijd is met de objectieve werkelijkheid en die met absolute zekerheid wordt aangehangen; wijst op een psychotische stoornis”
Terecht! Ik vind het eerlijk gezegd ook een enorm affront om niet te bestaan.
Zou het kunnen zijn dat Feyermorgen een verholen allusie is naar de dichter Christian Morgenstern, die in antroposofische kringen nogal vereerd wordt.
http://de.wikipedia.org/wiki/Christian_Morgenstern
Voor een satirisch gedicht zie : http://www.textlog.de/17451.html
Er is zelfs sinds 2006 een antroposofische Morgenstern-vereniging.
Ik denk dat het een variatie is op is Feyerabend, een wetenschapsfilosoof zoals je ongetwijfeld weet. Maar het zou natuurlijk kunnen dat JM er ook Morgenstern er in heeft willen verwerken.
Overigens vind ik veel poëzie van Morgenstern prachtig – ondanks het feit dat ik totaal niet antroposofisch “angehaucht” ben – ik heb zijn verzamelde gedichten in de kast staan en lees er regelmatig in.
Deze is ook leuk, Das Nasobem, stond vroeger in mijn middelbare-schoolboek.
Oh, en deze.
Dikke LOL @Nasenschreitlinge
http://www.sivatherium.narod.ru/library/Stumpke/book_en.htm
Ja, dat is mooi!
Ik kende de goede man niet maar zij gedichten zijn wonderschoon.
Uit Alle Galgenlieder
Ja, dat de man een soort combinatie was van Ludwig Wittgenstein en Paul Feyerabend, merkt ik al op in
http://www.kwakzalverij.nl/880/Nepprofessoren_plegen_plagiaat
maar toen wist ik niet dat Morgenstern ook zo populair is bij antro’s.
De Nasobem staat ook in Wikipedia, en er is een heel boek over.
http://de.wikipedia.org/wiki/Nasob%C4%93m
Een reden voor liefde voor Morgenstern kan zijn dat hij de spot drijft met argumentaties zoals ‘acupunctuur kan niet, want er zijn geen meridianen’ et ceteris paribus voor andere alto-hobby’s: “nicht sein kann, was nicht sein darf”.
Net te laat zie ik dat dat boek dat in Wikipedia vermeld staat, in het Engels vertaald juist is wat Crypto linkte.
Dat zou heel goed kunnen JW.
Ik vind net als Crypto zijn gedichten wonderschoon, niet alleen de “grappige”, maar ook zijn meer serieuze poëzie. Het was trouwens sowieso een heel vruchtbare periode voor de Duitse poëzie, met mensen als Rilke en Von Hofmannsthal, die beiden ook schitterende dingen geschreven hebben. Enfin, ik hou er maar over op want anders wordt het nog vervelend.
Eentje nog dan:
Overigens, het eerste gedicht uit de bundel “Wir fanden einen Pfad” van Christian Morgenstern is opgedragen aan “Dr. Rudolf Steiner”.
Ach ja.
Toch blijf ik houden van het Nasobem.
Pingback: Alternatieve geneeskunde: de kloof, de troost, de wetenschap « Cryptocheilus Weblog
Wat er gezegd wordt over het verband tussen gezond eten en intelligentie triggert me. Ik heb een tijdje geleden een onderzoek hoogbegaafdheid laten afnemen bij mijn dochter van 9 jaar. Zij is geadopteerd op haar vierde jaar, de eerste jaren van haar leeftijd weten we dat ze echt een verwaarloosd kind was, ze was behoorlijk mager toen we haar kregen, dus veel gezonds zal ze toch niet hebben gegeten. Toch merkten we al snel dat ze een kind was dat erg goed kon leren en een zeer brede interesse had. Op de intelligentietest behaald ze een IQ van 140. Ik lees ook overal dat IQ bij kinderen supererfelijk is. Dus de vraag is in hoeverre voedsel echt iets bijdraagt daaraan. Mogelijk enkele punten ofzo, maar er zit altijd een soort foutenmarge in die testen, dus sowieso is het de ene keer misschien 135 en de andere keer 140. Misschien interessant om te lezen hoe zo’n onderzoek hoogbegaafdheid in z’n werk gaat: http://www.dotado.info/nl/63_voorbeeld_onderzoek_hoogbegaafdheid_kind_%288_jaar%29.htm
Hoi Tineke,
Ik denk dat het moeilijk is -en ook niet etisch- om onderzoek te doen, om het wel of niet bijdragen van voedsel op hersenontwikkeling van kinderen onomstotelijk vast te stellen. Het is ook van veel meer factoren afhankelijk of een kind tot zijn/haar recht komt, maar voor mij staat wel vast dat wat er niet in zit (bij de geboorte) er ook nooit uitkomt.
Ik hoop van harte dat jouw dochter intussen lekker in haar vel zit na zo’n kansarme start van vier jaar en dat ze daar geen trauma(‘s) aan overgehouden heeft.