Hardlopers zijn geen doodlopers

In de categorie simpel klinisch onderzoek: de loopsnelheid. Pak een stopwatch, zet een parcours van ongeveer 4 meter uit en laat uw oudere patiënt een stukje wandelen zoals hij/zij dat normaal over straat zou doen. Ready? Steady?

Go.

Hoe sneller hoe beter.

Er is al veel onderzoek gedaan naar de relatie tussen loopsnelheid en overleving. Een nieuwe meta-analyse in JAMA combineert gegevens uit negen cohortstudies hieromtrent.

Gait Speed and Survival in Older Adults, Stephanie Studenski et al, JAMA. 2011;305(1):50-58. doi: 10.1001/jama.2010.1923 (abstract) (fulltext plaatje) ( link naar PDF met tabellen)

De conclusie van het onderzoek is duidelijk. Hoe sneller men loopt, des te langer men leeft. De onderzoekers hebben dit in stapjes uitgesplitst naar loopsnelheid. Elk stapje representeert een snelheid van 0,1 meter per seconde. Een plaatje doet het verhaal:

klik voor groot

Ik ga u niet vermoeien met de details van deze studie. De onderzoekers hebben heel veel data opgesplitst. Details (fulltext en supplementen) van de studie op aanvraag (letters at the usual adress).

De onderzoekers halen zelf een aantal beperkingen van de studie aan. Het is een meta-analyse gebaseerd op cohortstudies waarvan er slechts één in een klinische setting plaatsvond. Dat betekent dat er geen conclusies verbonden kunnen worden aan de oorzaken van de verschillen in loopsnelheid. Verder kon geen rekening worden gehouden met dementerende patiënten omdat deze in dezen moeilijk te onderzoeken zijn. Patiëntenbias wordt niet uitgesloten; als mensen weten dat ze hiervoor onderzocht worden zouden ze harder kunnen gaan lopen.

Wat hebben we hier dan aan?

Het is vooral simpel en goedkoop. Een verpleegkundige met een stopwatch en een stukje afgezet parcours will do the job.

Samen met andere onderzoeken kan de loopsnelheid gebruikt worden om te voorspellen hoe lang iemand het nog maakt. Dit onderzoek toont aan dat het een vrij betrouwbare methode is. Loopsnelheden hangen samen met algehele constitutie. Denk dan aan vitaliteit. Lopen doet een beroep op hart, longen, bloedsomloop, het zenuwstelsel en het skelet. Kortom, het moet allemaal samenwerken.

Loopsnelheden kunnen behulpzaam zijn voor het opzetten van een medische strategie m.b.t. de patiënt. Ze voorspellen (mede) de vijf en tien jaars overleving. Daar kan rekening mee gehouden worden inzake preventieve interventies. Die zijn zinvoller voor mensen met een langere overlevingstijd (loopsnelheid boven de 0,8 of 1,0 m/s).
Ouderen die een loopsnelheid hebben van minder dan 0,6 m/s kunnen (extra) worden onderzocht op onderliggende problemen (hart, zenuwstelsel, skelet).
Loopsnelheden zouden gebruikt kunnen worden als vergelijking. Bij het gebruik in patiëntendossiers zou immers een plotselinge daling van loopsnelheid t.o.v. de ‘baseline’ kunnen duiden op nieuwe onderliggende problemen. Tot slot zou loopsnelheid (mede) gebruikt kunnen worden om risico’s van chirurgische of therapeutische (chemotherapie) interventies in te schatten.

In de onderzoeken zouden loopsnelheden gebruikt kunnen worden om klinische interventies te waarderen.

Op basis van dit onderzoek zou het een goede zaak zijn het meten loopsnelheden voor ouderen standaard onderdeel van de medische praktijk te maken en op te nemen in het patiëntendossier. Het is simpel uit te voeren en komt een waardevolle anamnese ten goede. Ik zeg…Doen!

Een andere simpele methode t.a.v. klinisch onderzoek van ouderen bespraken we al eerder.

Gaat u maar liggen. Even kijken…. Gezien hoor! Staat u maar weer op.

Scheetje beef.

Je kunt niet genoeg weten.

Advertisements

6 Responses to Hardlopers zijn geen doodlopers

  1. wilmamazone says:

    http://medischcontact.artsennet.nl/blad/Tijdschriftartikel/Loopsnelheid-voorspelt-mortaliteit.htm

    Loopsnelheid voorspelt mortaliteit

    Hoe kwieker een oudere nog is, hoe langer hij nog leeft. Uit een analyse van verschillende studies blijkt dat de loopsnelheid geassocieerd is met de mortaliteit, melden onderzoekers van de University of Pittsburgh in JAMA.

    Met reactie/acupunctuur-verkooppraatje van niemand minder dan:
    J.M. Keppel Hesselink, Bosch en Duin – 04-01-2011 17:20

    Zie ook:
    http://www.iocob.nl/acupunctuur/oude-mensen-lopen-beter-na-acupunctuur.html

  2. Dit is zeker interessant voor de (poli)klinieken Geriatrie in den Lande. Zal eens kijken of ik nog een e-mail adres van m’n ex-begeleiders heb. Btw: 1,6 x 3,6 = 5,8 km/h. Lang geen gekke loopsnelheid voor zover ik weet. Ben benieuwd naar de oorzakelijke factoren. Heb mensen van 80+ met twee treden tegelijk de trap zien nemen, wens ik er meer toe.

    Dat grafiekje is ook om je vingers bij af te likken; ziet er bijna té netjes uit.
    Een van de oorzaken zou overigens kunnen liggen in COPD? http://dx.doi.org/10.1016/j.rmed.2010.06.007 (just delivering abstract here)

    Voor wie graag beetje wil lezen over survival van dementerenden: http://dx.doi.org/10.1016/j.archger.2009.09.035

    Briljante titel, as usual 😀

  3. @ Bram

    De grafiek is ook enigszins uitgebalanceerd. In het supplement staat deze grafiek.

    Heb ook maar gelijk even een plaatje van de fulltext aan het artikel toegevoegd.

  4. wilmamazone says:

    Tegenvallend artikel bij Noorderlicht; er wordt niet eens gelinkt naar de meta-analyse in JAMA :

    http://noorderlicht.vpro.nl/noorderlog/bericht/44335500/

    Levensloopje
    De snelheid waarmee bejaarden lopen, kan worden gebruikt om hun levensverwachting te bepalen.

  5. wilmamazone says:

    Een zijpaadje, maar ik vind het wel in de categorie simpel klinisch onderzoek passen (in een fietsland heet dat):

    http://medischcontact.artsennet.nl/Nieuwsartikel/Niet-fietsen-kan-wijzen-op-parkinsonisme.htm

    Niet fietsen kan wijzen op parkinsonisme

    ‘Kunt u nog fietsen?’ Het antwoord op deze eenvoudige vraag kan waardevol zijn bij het vroeg diagnosticeren van de ziekte van Parkinson. Wie niet meer kan fietsen heeft hoogstwaarschijnlijk geen parkinson, maar atypisch parkinsonisme. Het onderscheid tussen beide aandoeningen manifesteert zich meestal pas na enkele jaren, terwijl bij een vroegtijdige diagnose al tijdig met de goede behandeling kan worden gestart.

    Marjolein Aerts, Bas Bloem en Farid Abdo leggen in een korte bijdrage in The Lancet van deze week uit hoe ze patiënten de ‘fietsvraag’ stelden, aanvullend onderzoek deden, en hen vervolgens drie jaar lang volgden, totdat duidelijk was geworden wie van hen aan de ziekte van Parkinson leed en wie aan atypisch parkinsonisme.

    Terugkijkend bleek ………….

  6. Pingback: Hardlopers zijn… « Cryptocheilus Weblog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: