Wetenschapsfilosofie voor beginners: Kunnen we de wetenschap geloven?

Deel 1 ‘Wat is Kennis?’ vindt u hier.

Misschien is ondertussen het beeld ontstaan dat het onmogelijk is om kennis te hebben. Popperianen bijvoorbeeld stellen dat wetenschap niet meer is dan hypothesen die pogingen tot falsificatie hebben overleefd. Dit is een moeilijke manier om te zeggen dat werkelijke kennis “toetsbaar is aan de ervaring”. Dit betekent dat we, om onze kennis te testsen, te hertesten en nogmaals te testen, nooit moeten ophouden met het stellen van lastige vragen, met name die vragen die het vermogen hebben onze theorieën te ondergraven.

We zijn in staat om allerlei zaken te ontwerpen die doen wat ze moeten doen, zoals vliegtuigen, bruggen, ruimtetelescopen en medische behandelingen, omdat de voorspellingen die zijn gebaseerd op de onderliggende theorieën voortdurende toetsing hebben doorstaan. Daardoor stellen ze ons in staat tot het doen van correcte voorspellingen over een lange tijdsspanne en mogen we verwachten dat ze dat ook in de toekomst zullen doen.

Wetenschap geeft verklaringen die ons in staat stellen om correcte voorspellingen te doen en het zijn juist deze mogelijkheden tot verklaring en voorspelling die de lakmoestest zijn voor alle kennis.

De ethiek van geloven, of: kan het kwaad?

Kan het oprechte geloof van een persoon hem vrijwaren als er iets misgaat ten gevolge van diens geloof? Is het doen van schadelijke dingen vergeeflijk zolang je maar gelooft dat je het juiste doet?

Bij het beantwoorden van deze vraag is het heel belangrijk te beseffen dat geloof de motivatie vormt voor handelingen: mensen doen dingen omdat ze geloven dat ze die moeten doen.

Tullio Simoncini gelooft dat kanker een schimmel is die alleen genezen kan worden met natriumbicarbonaat (een simpel zout); voorstanders van de Germanische Neue Medizin geloven dat kanker alleen genezen kan worden door patiënten van hun psychologische trauma’s af te helpen; homeopaten geloven dat hun pillen en water allerlei ziektes genezen, zelfs wanneer er geen enkele molecuul werkzame stof in het middel meer aanwezig is en allemaal handelen ze vanuit hun geloof.

Maar kunnen ze ergens verantwoordelijk voor worden gehouden, aangezien ze zo oprecht zijn in hun geloof?

Hoe oprecht ze ook zijn, ze kunnen verantwoordelijk worden gehouden voor het niet grondig genoeg onderzoeken van de gerechtvaardigde waarheid van hun geloof. We kunnen hen verantwoordelijk houden voor het niet stellen van de relevante vragen, waarbij de belangrijkste is: “wat zou er gebeuren als mijn geloof onjuist is?”

Omdat geloof mensen aanzet tot handelen, is het nooit vrijblijvend: geloof heeft consequenties. Dit is prachtig uitgelegd door William Clifford (1845-1879) in een essay getiteld: ‘The ethics of belief ‘ (de ethiek van geloof)1. In zijn essay beargumenteert Clifford dat we de plicht hebben om voorzichtig om te gaan met ons geloof, met de rede als enig baken. Clifford schrijft als volgt over de ‘schade die wordt veroorzaakt door lichtgelovigheid’:

De goedgelovige mens is de vader van de leugenaar de bedrieger. Hij leeft in de kring van zijn familieleden en het is geen wonder als zij net zo zouden worden als hij. Onze plichten zijn zo nauw met elkaar verknoopt, dat iemand die de hele wet respecteert, maar die toch op één punt overtreedt, geheel schuldig is.

Samengevat: het is altijd, overal en voor iedereen onjuist om iets op ondeugdelijke gronden te geloven.

Als iemand die een mening aanhangt, die hem gedurende zijn jeugd is onderwezen of waartoe hij later is overgehaald, elke twijfel die in zijn hoofd opkomt onderdrukt en wegduwt, doelbewust vermijdt boeken te lezen en mensen te spreken die dat geloof in twijfel trekken of ter discussie stellen, en vragen die niet gesteld kunnen worden zonder dat geloof te verstoren als ongepast beschouwt – dan is dat leven van die man één grote zonde tegen de mensheid.”

Ik denk dat Clifford gelijk heeft: er zijn wel degelijk standaarden, er is wel degelijk een ethiek van geloven.

Nogmaals Clifford:

Wij ontdekken dus, wat betreft de heilige overlevering van de mensheid, dat die niet bestaat uit stellingen of verklaringen, die aanvaard en geloofd moeten worden op gezag van die overlevering, maar uit juist gestelde vragen, uit opvattingen die ons in staat stellen om verder door te vragen, en uit methoden om vragen te beantwoorden. De waarde van dit alles hangt af van het, dag in dag uit, toetsen daarvan.

Een aantal zaken met betrekking tot kennis zouden belangrijk voor ons moeten zijn: waarheid, rede, objectiviteit en vertrouwen in de wetenschappelijke methode. Ik denk dat dit de waarden zijn die de rede kenmerken en dat we ze hoog moeten houden als we ook maar iets willen begrijpen over de wereld waarin we leven.

Noten

  1. Oorspronkelijk gepubliceerd in Contemporary Review, 1877. Herdrukt in Lectures and Essays (1879).

7 Responses to Wetenschapsfilosofie voor beginners: Kunnen we de wetenschap geloven?

  1. Pingback: Wetenschapsfilosofie voor beginners: wat is Kennis? « Cryptocheilus Weblog

  2. Mallemoeder zegt:

    “Kunnen we de wetenschap geloven?” is toch een contradictio in terminis… Of zoiets… Toch? Niet slapjes gaan doen hoor, Crypto, als Mallemoeder een voorjaarsdipje heeft (gehad)! Geloven in wetenschap…? Akelig ventje!

  3. @ MM

    Je bent zeker niet verder gekomen dan de titel. Er zijn wel meer akelige ventjes die hier op het blog schrijven.

  4. Mallemoeder zegt:

    Oh… Mallemoeder heeft zich in haar enthousiasme inderdaad laten leiden door de titel, bij nader inzien… Maar ja, als de titel zou luiden: Is een en een drie? Dan zou Mallemoeder ook gereageerd hebben in de trant van: “Vragen die geen vragen zijn”… Niettemin: Mallemoeder moet zich nog even afstoffen…

  5. Akelig ventje meldt zich

    De term geloven is onderdeel geweest van de discussie over de vertaling trouwens. Ik had ipv geloof eerst het woord ‘overtuiging’ gebruikt, maar in overleg met de originele auteur toch voor ‘geloof’ gekozen, ook omdat dit beter overeenkomt met de stukken van Clifford. Een voordeel is denk ik dat je de veel gehoorde canard ‘ja maar dát is een kwestie van GELOOF’, ook afvangt.

    Het is daarnaast denk ik belangrijk om te weten waarom de wetenschap de voorkeur heeft.

    Als er een ethiek van geloven is, zoals Clifford beweert, dan is wetenschap de meest krachtige methode om de werkelijkheid te beschrijven en dus de meest ethische om te volgen. Ik ben nu het boek ‘De ware toedracht’ van Ton Derksen aan t lezen, daarin gaat het veel over strafrechtelijke zaken en wordt het vlot duidelijk wat die ethiek kan behelzen. (met soms schokkende voorbeelden) Ligt redelijk in lijn van deze blogjes, aanrader.

  6. JennyJo zegt:

    Misschien moeten we eerst nog weer even kijken naar de klassieke definitie van kennis: gerechtvaardigd, waar, geloof. Niet alle geloof is dus gediskwalificeerd, maar wel het geloof dat betrouwbare rechtvaardiging ontbeert. Het gaat er niet om dat je niets zou mogen geloven, het gaat er om dat je geen dingen zou moeten geloven zonder dat er voldoende betrouwbare rechtvaardiging (bewijs) is dat dat geloof ook daadwerkelijk waar is.

  7. wilmamazone zegt:

    http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/44688371/

    Patiënt eist onbewezen therapie
    Artsen zijn niet altijd blij met internet als onuitputtelijke informatiebron

    Door het internet zijn mensen mondiger geworden. Zo kunnen zieke mensen er volop informatie vinden over hun aandoening, en hun ervaringen uitwisselen met anderen. Maar wat als dit er toe leidt dat patiënten elkaar massaal ophitsen om een dubieuze behandeling te eisen?

    Dankzij internet is het makkelijker dan ooit om informatie te vinden en uit te wisselen. Iedereen kan alles online zetten wat hij of zij wil en de miljarden pagina’s die anderen op het web hebben gezet inzien. Een hele goede ontwikkeling. En toch zitten er ook mindere kanten aan.

    Hoe weet je bijvoorbeeld of de informatie die je vindt betrouwbaar is? Als je gericht zoekt, kun je namelijk echt alles op het internet vinden, tot de grootste onzin aan toe. Terwijl die informatie soms wel heel betrouwbaar oogt. Een mooi voorbeeld daarvan is de website martinlutherking.org . Dit webadres komt betrouwbaar genoeg over; maar deze site is gemaakt door een racistische groepering om de beroemde Amerikaanse burgerrechtenactivist in een kwaad daglicht te stellen.

    Het kan ook subtieler. Wat bijvoorbeeld als iemand die eigenlijk niet veel verstand heeft van een bepaald onderwerp, iets dubieus online zet, omdat hij of zij zelf ervan overtuigd is dat deze informatie goed is? En wat als die bewering vervolgens door duizenden of zelfs honderdduizenden mensen wordt nagepraat? Als je dan als leek op zoek gaat naar zo’n onderwerp, kun je door de overweldigende hoeveelheid sites waarop de bewering wordt gedaan al snel denken dat er een kern van waarheid in zit.

    Wetenschappers hebben regelmatig te maken met dit soort situaties. En het levert voor hen lastige dilemma’s op:……………………………….

    Vooral deze reactie is mij uit het hart gegrepen:

    Anneloes Wolters 29 april 2011

    Het is opvallend dat niemand zich afvraagt waarom we alternatieve geneeswijzen hebben.

    Na 15 jaar ME en borstkanker, was ik het zat steeds weer naar charlatans verwezen te worden. Maar tegelijkertijd vroeg ik me af: waarom doen mijn goedopgeleide vrienden dit? En waarom betrap ik mijzelf er soms ook op?

    Alternatieve geneeswijzen zijn sociale constructies die ervoor zorgen dat we ons gevoel van controle over en de idee van de maakbaarheid van het lichaam niet hoeven op te geven. In onze maatschappij is het normaal om het lichaam te beschouwen als een maakbare machine: we sporten en krijgen dikke spieren, we eten ‘light’ en worden dun, we zonnen en worden bruin. De medische wereld is onze technotoop waar het lichaam wordt gerepareerd. Een soort garage voor mensen. Deze maakbaarheid geeft een gevoel van veiligheid en controle: als ik stuk ga, dan kan de arts mij maken.

    Het opgeven van deze maakbaarheidsmythe maakt dat wij ons kwetsbaar en onveilig voelen. Er ontstaat de onzekerheid dat je lichaam kapot gaat en dat blijft. Er heerst tegelijkertijd een simplistisch beeld over succes en falen: beiden zijn verdiend. Onze culturele bagage bestaat uit heldenepos: Supermensen vliegen, vallen en rollen over straten en auto’s. De zege is altijd verdiend, verliezen ook. Verliezers hoeven we niet empathisch te benaderen: het is hun eigen schuld. We leven niet in een cultuur van tragedies waarin we onszelf wel eens identificeren met de verliezer (‘dat had mij ook kunnen overkomen’).

    Acceptatie van lijden is geen deel van onze verhalen. Het opgeven van een simplistisch beeld over succes en falen betekent dat wij ons moeten identificeren met verliezers. De gedachte: ‘Dit kan mij ook overkomen’ dringt zich op. Als we accepteren dat het lichaam niet maakbaar is en het leven soms een tragedie is waarin wij verliezen, voelen we ons kwetsbaar en onveilig. Dat hebben we liever niet. Een ontsnappingsmogelijkheid is ‘de zoektocht binnen het alternatieve circuit’: Iemand in onze omgeving is ongeneeslijk ziek, toch willen we aan de maakbaarheidsmythe vasthouden, want dat geeft zo’n lekker veilig gevoel. Diep vanbinnen zou je de patient wel de schuld willen geven, want dan hoef je geen empathie te voelen. Maar de feiten wijzen niet op ziekte door schuld. Dus dat kan niet.

    Je geeft de behandelend arts de schuld, want hij kan je vriend niet repareren. Maar die benadering houdt geen stand sinds wij de second opinion hebben uitgevonden. Bij twijfel aan de kwaliteiten van de arts, mag je naar een andere. De tweede arts geeft dezelfde behandeling. De reguliere geneeskunde heeft geen antwoord op de ziekte. Maar de omgeving van de patient houdt vast aan de maakbaarheidsmythe, het moet mogelijk zijn het lichaam te repareren: ‘Je hebt de juiste behandeling nog niet gevonden, de reguliere geneeskunst kan je niet helpen, maar misschien kunnen we een alternatief vinden.’

    Zolang de zoektocht duurt, kan iedereen vasthouden aan de maakbaarheid van het lichaam, ook de patient, tenslotte is er ergens op de wereld wel een alternatief, we moeten er alleen tegenaan lopen. Deze sociale constructie stelt de omgeving gerust: het lichaam is wel maakbaar, mits je de juiste behandeling vindt. De ene zoektocht duurt alleen wat langer dan de andere. Bijkomend voordeel is dat mensen altijd het gevoel hebben te kunnen helpen: zodra je een alternatief aandraagt, heb je bijgedragen aan de genezing.

    Voorgaande zadelt de patient op met: de gedachte een uitzondering te zijn met een niet-maakbaar lichaam, de gedachte dat de ziekte zijn verdiende loon is, een eindeloze zoektocht naar een geneeswijze of na het staken van die zoektocht met de gedachte niet genoeg te hebben gedaan om gezond te worden. Op het moment van staken van (de zoektocht naar) alternatieve geneeswijzen kan de omgeving de patient schuldig verklaren aan het uitblijven van zijn genezing: ‘Jij hebt helemaal niet genoeg gezocht, niet volgehouden of volhard.’ Ten koste van de patient kan de omgeving zich veilig wanen: het lichaam is maakbaar, jammer dat sommige mensen niet genoeg hun best doen’.

    (spaties door mij)

    En kijk eens wie we daar nog meer hebben: Ron Fonteine die van zichzelf vindt dat je altijd op hem kan rekenen met:

    Vandaar dat het Antonius ziekenhuis serieus onderzoek doet naar de methode van Zamboni. Zal er dan toch een kern van waarheid inzitten? En gaan we dan ook net zo kritisch kijken naar al die bewezen medische ingrepen die elk jaar voor veel slachtoffers zorgen? En gaan we door met het negeren van vitamine D en B12 waardes omdat er aan cholesterol meer te verdienen valt voor big pharma? Valse hoop? Dan kan ik nog wel wat reguliere wondermiddelen opsommen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: