Hardlopers zijn…

U bent 70 jaar of ouder en begint de hete adem van Magere Hein reeds in uw nek te voelen, althans zo is uw indruk. Nu heeft u nog lang geen zin in tikkertje spelen met de Dood, maar face it, u kunt het ook niet blijven ontlopen. Toch? Cutting edge onderzoek doet mogelijk anders vermoeden.

In het gerenommeerde medische tijdschrift BMJ verscheen voor het kerstnummer een interessant artikel betreffende de loopsnelheid van magere Hein. Want, mochten we diens topsnelheid weten, dan gloort er hoop aan de horizon.

Schijtebroekies

Stanaway et al. [1] onderzochten een groep  mannen van 70 jaar en ouder uit Australië waarvan een berg gegevens jarenlang werd bijgehouden. (een zgn. prospectief cohortonderzoek) Het zou natuurlijk het makkelijkst zijn om magere Hein zélf te onderzoeken, maar onderzoekers zijn nu eenmaal schijtebroekies en zien doorgaans liever andere mensen doodgaan. Nu kan een dooie onderzoeker geen onderzoek doen, dus er valt wat voor te zeggen. Er moest dus gezocht worden naar een andere, veilige, manier om de loopsnelheid van Magere Hein te bepalen. Die werd gevonden.

Vertel!

Stanaway et al. gebruikten de loopsnelheid en daaraan gerelateerde kans op overlijden om de loopsnelheid van Magere Hein vast te stellen. In plaats van het zoeken van een juiste temperatuur voor koorts waren ze op zoek naar de loopsnelheid waarbij specificiteit en sensitiviteit (voor uitleg zie hieronder) in een optimaal evenwicht was qua samenhang met het al dan niet kennis hebben gemaakt met Magere Hein. Wat ze vonden was het volgende:

The highest Youden index (0.293) was observed at a walking speed of 0.82 m/s, which corresponded to a sensitivity of 63% and a specificity of 70%. Cox regression analysis showed that older men with a walking speed above 0.82 m/s were 1.23 times less likely to die than those who had a slower walking speed. […] Moreover, a sensitivity of 1.0 was obtained when a walking speed of 1.36 m/s or greater was used, indicating that no men with walking speeds of 1.36 m/s or greater had contact with Death.

In het kort: de best voorspellende waarde van overlijden werd gevonden bij een snelheid van ong. 3km/uur. Mannen die sneller liepen hadden gemiddeld 23% minder kans op overlijden. Daaruit concluderen de auteurs dat dit de ‘voorkeurs loopsnelheid tijdens werkzaamheden’ van oude Hein is. Helaas leveren ze ons daarbij een draak van een grafiek die ook nog eens een stomme fout bevat. (10 punten als u ‘m in de comments noemt, klik hier voor info)

Verder werd voor de mannen die harder dan zo’n 5 km/uur liepen een sensitiviteit van 1 gevonden, waarbij men stelt dat een ‘negatief’ resultaat een snelheid boven de 5km/uur is. Alle mannen die uiteindelijk overleden liepen dus minder dan 5km/uur. Magere Hein loopt zich het vuur niet uit de sloffen voor een extra zieltje en bij 5km/uur houdt ‘ie het voor gezien, aldus de auteurs.

In het grote geheel

Hein is relaxed...

Staan deze resultaten op zichzelf? Nee. Ons aller Crypto schreef eerder over een (serieus) JAMA artikel. Daarin waren soortgelijke gegevens gevonden. Al liet met het na om Magere Hein in het geheel te betrekken en ging het zuiver om de mensch. Maar deze nieuwe informatie vertelt ons dat Magere Hein z’n werk blijkbaar op z’n boerenfluitjes uitvoert. Misschien zou hij eens aan z’n eetpatroon kunnen werken? Stanaway et al. merken nl. bijzonder terecht op dat Magere Hein, nogal eh… mager is.

Enniewey: U bent weer eens ingelicht. Hardlopers zijn geen doodlopers. Misschien dat Hein daarom zo traag is?

Nerd stuff: specifiek en sensitief

Wat Stanaway en consorten hebben gedaan is kijken naar de loopsnelheid van de mannen uit hun datapoel (n=1705) om de relatie met sterfte te bepalen om daaruit de loopsnelheid van Magere Hein te bepalen. Echter, zoals met alle metingen die we verrichten om iets te zeggen over de toestand waarin iemand zich bevindt is er geen enkele test 100% zuiver. Daar hebben we het maar mee te doen. Er zijn echter manieren om te bepalen in hoeverre een test iets zinnigs heeft te melden. Daarvoor maken we (o.a.) gebruik van twee waarden: de sensitiviteit en specificiteit van een test.

Stelt u zich voor: u wilt weten of u koorts heeft. U steekt dus even een thermometer in uw gat en wacht af. Maar bij welke temperatuur heeft u nu koorts? Stel deze op 38 graden en u zult veel te vaak denken dat u koorts heeft (fout positief). Leg de grens bij 41 graden en u mist meer dan u lief is (fout negatief). Evenzo was het tot voor kort een leek pas toegestaan de dood vaststellen als kop en romp gescheiden waren. De specificiteit van deze test is zeer hoog (de kans dat u niet dood bent als hoofd en romp gescheiden zijn is nul ). De sensitiviteit zal echter veel lager zijn. Er zijn immers genoeg doden bij wie het hoofd nog stevig vastzit. Het is in veel gevallen echter vervelender om iemand ten onrechte dood te verklaren dan iemand onterecht levend te verklaren, dus dat nemen we voor lief. Vaak echter zal er een meer gebalanceerde afweging moeten worden gemaakt bij de balans tussen specificiteit en sensitiviteit.

De sensitiviteit van een test geeft aan wat de kans is dat, gegeven de werkelijke aanwezigheid van koorts, de test een positieve uitslag heeft. De specificiteit van een test geeft de waarschijnlijkheid aan dat, gegeven de afwezigheid van koorts u ook een negatieve uitslag heeft.

ROC curve

Deze gegevens kunt u in een zogenaamde ROC curve verwerken, zie afbeelding hiernaast. Op de verticale as staat de sensitiviteit en de op de x-as de complement van de specificiteit (1-specificiteit), zodat een optimale specificiteit (1) ons een waarde op de horizontale as van o geeft. Als we het voorbeeld van de thermometer en koorts in zouden  vullen in de grafiek kunnen we van links naar rechts bijvoorbeeld de volgende waarden tegenkomen: >40, >39, >38, >37 graden. Leg de grens op 37 graden en je zult heel veel koortslijders oppikken, maar ook heel veel niet-koortslijders fout positief bestempelen. Ga uit van 40 graden en je zal een boel koortsgevallen missen, maar ook heel weinig mensen die geen koorts hebben ten onterecht van dit label voorzien.

Een perfecte test heeft een specificiteit én een sensitiviteit van 1 (alle ziektegevallen worden door de test opgepikt en er wordt niemand ten onrechte als ziek aangewezen). In een ROCcurve zou deze waarde helemaal linksboven in hoek horen. Je zult echter altijd met minder genoegen moeten nemen. Het kop-en-romp voorbeeld zal je zeer dicht tegen de vertical as aan vinden: de kans dat je mensen ten onrechte dood verklaart is zeer klein, maar je zult veel doden missen.

Referentie

  1. Stanaway, F. F., Gnjidic, D., Blyth, F. M., Le Couteur, D. G., Naganathan, V., Waite, L., Seibel, M. J., Handelsman, D. J., Sambrook, P. N., and Cumming, R. G. (2011). How fast does the grim reaper walk? receiver operating characteristics curve analysis in healthy men aged 70 and over. BMJ, 343. [Fulltext]

Afbeelding: http://cbader.deviantart.com/art/grim-reaper-175222659

Met dank aan Jan Willem Nienhuys voor wiskundige ondersteuning.

5 Responses to Hardlopers zijn…

  1. Pingback: Hardlopers zijn… « Ars GeriatriCare

  2. wilmamazone zegt:

    Bram:

    Helaas leveren ze ons daarbij een draak van een grafiek die ook nog eens een stomme fout bevat. (10 punten als u ‘m in de comments noemt, klik hier voor info)

    Als dat kerststerretje op de grafiek er iets mee te maken heeft -mij geen flauw idee hebben- staat dat voor mijn gevoel op 0.59 en niet op 0.69, dus dan andere uitkomst(en)?

    Ik zal wel afgaan als een gieter -voel het al zowat aan me rekenwonderwater-, maar vind wel da’k dan een paar punten heb verdiend voor de moeite en/of het activeren van de lachspieren.😉

  3. Jan Willem Nienhuys zegt:

    Die Youden index is gedefinieerd als sensitiviteit + specificiteit – 1 (anders gezegd: 1 – fractier fout-positieven – fractie fot-negatieven) en als ik dat op grond van de gegeven cijfers nareken kom ik op 63% + 70% -100% = 33% oftewel 0,33 en helemaal niet de 0,293 (zou dat een tikfout zijn voor 0,329?). De referee die dit stuk moest controleren heeft poep in de ogen gehad. Ik vond ook dat dat sterretje onduidelijk is. Het moet natuurlijk op de groene trapjeslijn staan. Het dichtstbijzijnde punt op de groene lijn op dezelfde horizontaal heeft bij benadering coördinaten 0,300 horizontaal (corresponderende met spec.=70%) en 0,593 verticaal (sens.=59,3%) wat inderdaad zou kloppen met die Youden index van 0,293. Mijn metingen zijn misschien niet erg nauwkeurig want fracties van millimeters is onbegonnen werk als de lijnne een volle mm dik getekend zijn zoals hier. (NB. de verticale schaal verschilt van de horizontale scvhaal, als je lust hebt het na te meten.) Maar dat zou betekenen dat die 63% niet goed is. Maar ach, 59,3 en 63 eindigt toch allebei op een drie?

  4. Jan Willem Nienhuys zegt:

    PS @ Wilmazone: Je zit in de buurt. Maar zoals je ziet gaat mijn toelichting erover of de hoogte van het sterretje nou 0,63 of 0,59 of nog iets anders is. Dat je denkt dat het op hoogte 0,70 (of 0,69) zou moeten staan is wel veroorzaakt door de fout die Bram waarschijnlijk bedoelt. Zie je ‘m nu?

  5. wilmamazone zegt:

    JWN:

    PS @ Wilmazone: Je zit in de buurt.

    Das voor mij al heel wat. Ik ben ook al afgekeurd als postduif, dus in de buurt zitten geeft deze burger moed.
    Omdat ik het waarom niet uit kon leggen, ben ik benieuwd of ik van Bram toch een paar punten krijg voor de moeite.😉

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: